Reset filter

Schenk belastingvrij aan armlastig familielid

Mensen vragen me vaak wat ze mogen schenken. Als ik dan antwoord: alles, kijken ze heel vreemd. Want wat ze bedoelen te vragen, is hoeveel ze belastingvrij mogen schenken. Daarop heb ik dan niet onmiddellijk een pasklaar antwoord, omdat er nogal wat vrijstellingen van schenkbelasting zijn. Kijkt u maar eens in artikel 33 van de Successiewet.

Er zijn heffingsvrije bedragen voor jaarlijkse schenkingen waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen schenkingen aan kinderen en aan anderen zoals bijvoorbeeld kleinkinderen of neven en nichten. Bovendien zijn er ook nog vrijgestelde bedragen die één keer in het leven van een kind gegeven mogen worden en waarbij het verschil maakt of het kind dat geld al dan niet in het eigen huis steekt. In het notariaat staan die bekend als (gouden) jubelvrijstelling.

Bijzondere vrijstelling

Maar er is nog een speciale vrijstelling voor de schenkbelasting die niet zo vaak besproken wordt: de schenking aan een armlastig persoon.

De regeling daarvan staat in artikel 33 lid b van de Successiewet. Zelf ben ik die in mijn werk eigenlijk nooit tegen gekomen, maar onlangs las ik er een rechterlijke uitspraak over die ik u niet wil onthouden.

Ouders lenen aan hun kind € 110.000,- waarmee het kind (een deel van) zijn hypotheekschuld aflost. In 2012 schelden de ouders deze lening geheel vrij aan hun kind. Zij doen hem dat bedrag dus gewoon cadeau. In de aangifte voor de schenkbelasting doen ouders en kind een beroep op de bijzondere vrijstelling van artikel 33 lid b Sw. Het kind is volgens hen namelijk armlastig.

Die slechte financiële positie van het kind wordt onderbouwd met de stelling dat het kind een negatief vermogen heeft van € 300.000,-. Dat komt met name omdat het huis “onder water staat”. Het is voor de WOZ namelijk gewaardeerd op € 1.000.000 terwijl de hypotheek € 1.290.000 groot is. Verder heeft het kind bijna geen liquiditeiten. Rooskleurig is de financiële situatie van het kind dus niet.

Crepeergeval ? Dan geen schenkbelasting

De rechters grijpen in hun oordeel (zie overweging 4.1) terug naar de parlementaire geschiedenis. Daarin wordt aangegeven dat de vrijstelling van toepassing is als er sprake is van dringende behoefte aan financiële steun om (veel) erger te voorkomen. Maar ook gaf de wetgever toen aan dat het moeilijk is om de echte crepeergevallen te onderscheiden van minder dramatische situaties. Dus moet de vrijstelling zeer beperkt toegepast te worden.

In deze situatie volgen de rechters de Belastinginspecteur en laten de aanslag van € 10.497,- aan schenkbelasting in stand.

Zij houden daarbij rekening met het feit dat afgesproken was dat de schuld aan de ouders niet opeisbaar zou zijn. Hierdoor is dus in 2012 geen acuut financieel probleem ontstaan. Dat de lening tien jaar eerder gebruikt is om tien jaar eerder schulden af te lossen, maakt niet dat daardoor in 2012 dringende problemen opgelost worden.

Dat het huis “onder water staat” is namelijk op zich geen dringend probleem. Het wordt anders als je geen inkomen meer hebt en dus de rente en aflossingen niet meer kunt betalen.

Advies

Kent u iemand waarvan de eigen woning “onder water staat”, grijp dan niet direct naar uw portemonnee om financieel te ondersteunen. Inventariseer eerst de gehele situatie anders kan het verkeerd uitpakken.

Maar moet die woning verkocht worden en blijft er een rest-schuld over, dan kan het zijn dat u wel belastingvrij mag schenken als dat nodig is om van die schuld af te komen. In dat geval moet er wel meer aan de hand zijn dan alleen het ontstaan van die restschuld. De betreffende persoon moet bijvoorbeeld ook geen baan meer hebben of een dusdanig laag inkomen hebben dat de rente en aflossing op die schuld niet meer betaald kunnen worden. Dan wordt fiscaal een probleemgeval een crepeergeval.

Terug naar nieuws